De vroege geschiedenis van de Aurikel is vaag. De plant werd niet met dezelfde naam genoemd door degenen die hem voor het eerst cultiveerden en sommige van de vroegste namen zijn nu van toepassing op totaal andere soorten. De moderne naam, Primula Auricula, komt voort uit het systeem van naamgeving uitgevonden door de Zweedse botanicus, Carl Linnaeus. Aangenomen word dat het een kruising is van de gele Alpen Aurikel zoals we het bijvoorbeeld kennen van de afbeelding op de Oostenrijkse 5 eurocent

en de opvallende roze Primula hirsuta. In de 16e eeuw sprak de botanist Clusius over de Auricula Ursi oftewel berenoortje vanwege de gelijkenis van het blad met het oor van een beer. Clusius kweekte deze planten in de botanische tuin van Leiden waar hij directeur was nadat hij zaden van het Weense hof had meegenomen en een centrale rol speelde in de distributie van deze en vele andere plantensoorten in heel Europa. Toen de Aurikel eenmaal was toegelaten tot de kern van de bloemistenverenigingen, begon een razernij van hybridisatie, te beginnen met de bloemisten rond Luik die prachtige variëteiten produceerden met heldere, soms dubbele kleuren. Al snel doken nieuwe variaties op, in flamboyante gestreepte en dubbele vormen. Al die soorten werden gedocumenteerd in schilderijen uit die tijd. Eén van die bekendste schilders is Jan van Huyssum


zijn schilderijen hangen in verschillende musea. De Aurikel floreerde in de 17e eeuw en er werd grof geld voor betaald zoals ook voor de Tulpen het geval. Met de Tulpenmania daarbij vele kwekers en hun clientèle omvielen kwam het Aurikeltje in de vergetelheid in ons land. Echter in Engeland is het tot nu toe altijd populair gebleven en de volgende alinea’s beschrijven dan ook de Engelse geschiedenis.
Gestreepte Auricula’s waren aan het begin van de achttiende eeuw nog steeds het populairste type Aurikeltje, maar ergens in het midden van de eeuw veranderde de mode in Engeland en evolueerde een nieuw type: de gerande Aurikel, (edged) met bloemen van buitengewone details en schoonheid. Elk bloemblad is delicaat gerand in groen, grijs rondom een centraal oog van puur witte farina (bekend als de ‘pasta’ vanwege de gelijkenis met ongeglazuurd porselein). Er kwamen zogenaamde Aurikeltheaters bij voorname buitenplaatsen en kastelen om ze prachtig tentoon te stellen en om te pronken met hun duur betaalde juweeltjes. Eén van de weinige overgebleven Aurikel theaters die nog jaarlijks rond hun bloeitijd word gevuld is die van Calke Abbey die ik in mei 2014 heb bezocht.
In het laatste deel van de negentiende eeuw nam de ontwikkeling van de Aurikel een andere wending. Met de komst van de industrialisering en een beweging naar de steden, werd Aurikel kweken en verzamelen veel meer een specialistische bezigheid. Steeds langere uren werk en kleinere tuinen zorgden ervoor dat de meeste mensen noch de tijd noch de ruimte hadden om zich aan dergelijke arbeidsintensieve bloemen te wijden, en de belangstelling voor hen nam af. Meer gespecialiseerde verenigingen en shows spatten op , echter, en in 1873 werd de Nationale Auricula Society opgericht. Dat is waarom de Aurikel in Engeland steeds in de belangstelling is gebleven met uitzonderingen van de grote wereldoorlogen en de tijd er vlak na toen groente verbouwen meer de eerste levensbehoefte was. Een mogelijke variëteit die destijds geshowd zou kunnen zijn is de nog steeds in omloop zijnde Alpine Aurikel Argus van J.J. Keen uit Southampton uit 1887.